Kroniek van het kerkelijk zangkoor Sint Barbara te Scheulder. deel 3

Op plechtige toon, als gold het een belangrijke gebeurtenis, zo heeft de toenmalige pastoor A. I. H. Waelbers dit feit in de kerkkanalen opgetekend. Niet vermoedend dat de aanstelling van Hubert Deurenberg voor "de kerkezang" van schulder inderdaad een heel bijzondere betekenis zou krijgen. Muzikaal zeer begaafd heeft hij zich met toewijding en enthousiasme, gedurende 33 jaar, onafgebroken ingezet voor alles war met de zang, de muziek en de kerk van Scheulder had te maken. Onder zijn leiding ontstond een groep van 15 mannen, die niet alleen het gregoriaans goed zongen maar die ook meerstemmige muziek uitvoerden en zelfs deelnamen aan een zangconcours te Eys. In feite legde hij de fundamenten zo solide en goed, dat wij er een honderdjarig koor aan hebben overgehouden.

 

De dank, die hem, bij zijn afscheid in 1922 door het kerkbestuur wed onthouden, willen wij bij dit jubileum nadrukkelijk uitspreken. (Johannes, Hubertus, Deurenberg 1875 geb. in Hulsberg en in 1947 overleden in Scheulder.)

 

Op 18 november 1922 werd Hubert deurenberg opgevolgd door Alphons Heuts. Wijselijk liet deze bij zijn aanstelling door het kerkbestuur aantekenen, dat "zodra zijn zoontje zover zou zijn"deze de taak van koster-organist van zijn vader zou overnemen. Dat het koor onder Alphons Heuts geen florissante tijd doormaakte, bewijzen de volgende anekdotes.

In de 20-tiger jaren waren bij de Scheulderse landbouwers ca. 14 jonge mannen van buiten het dorp als knecht werkzaam. Zoals in die tijd gebruikelijk, was het oksaal de plaats vanwaar ook zij de mis volgden en meezongen.

er was een spreekwoord dat zei "De duivel komt de kerk binnen via het oksaal". Daarmee bedoelend, dat degenen, die daar zaten meestal weinig godsvrucht aan de dag legden, veel praatten, lawaai maakten en meer aandacht hadden voor meisjes beneden in de kerk als voor de mis zelf of de pastoor.

deze 14 knapen vormden daarop geen uitzondering. En de zang, die zij produceerden was "bij de beesten af". De pastoor, die zijn ergernis nauwelijks kon bedwingen vroeg tijdens de preek of alle mannen die meezongen na de hoogmis even wilden wachten. Hij ging het oksaal op en wees om beurten met de vinger aan: "zingen, jij, zingen, jij"! Wie er niets van terecht bracht kreeg de opdracht om te verdwijnen: "De trap af, jij". Toen hij het hele rijtje was afgegaan, bleven er nog 4 zangers over. Het aantal koorleden was trouwens niet meer dan zeven.

Dat ook zij geen grootse prestatie leverden bewijst wel het feit, dat pastoor Brouwers hen eens midden onder de hoogmis het zwijgen oplegde door naar boven te schreeuwen: "Hou op, stommeriken, hou op." Muisstil ging de mis verder. De zangers zaten met rode koppen op het oksaal en wachtten totdat alle kerkgangers waren vertrokken. toen gingen zij met de staart tussen de benen huiswaarts.

 

Dat het ledenaantal ook in het begin van de dertiger jaren niet was gegroeid en de kwaliteit van de zang niet erg gestegen was blijkt uit het volgende verhaal.

Tijdens de processie van 1933 zouden 7 zangers aan het rustaltaar een eenstemmige Tantum Ergo zingen. Vader en zoon Heuts waren een partij! Vader Pasmans en zijn 4 zonen de andere. de twee Heutsen zongen nummer 18, de Pasmannen nummer 12.

Het klonk hartverscheurend maar niemand wilde ophouden totdat na een maat of tien de Heutsen bakzeil haalden. Twee tegen vijf was toch teveel. Op 1 october 1937 werd Alphons heuts onder dank eervol ontslag verleend voor alle aan de kerk bewezen diensten.

 

Omdat hij de laatste jaren de taak van koster-organist steeds meer had overgelaten aan zijn zoon Jozef en de taak van voorzanger/dirigent aan Hubert Pasmans, die met zijn 4 zonen het koor in leven hield, veroorzaakte zijn opvolging nogal wat moeilijkheden.

Sommige leden van het kerkbestuur dachten erover de functies van koster/organist en van voorzanger/dirigent los te koppelen van elkaar en dus ook de vergoedingen daaraan verbonden. maar daar kwam niets van in.

 

"In een kleine parochie als Schulder is het goed, dat al deze functies in één hand blijven omdat anders de opbrengst der fundaties, verdeeld over verschillende personen, geheel en al ontoereikend is", schrijft pastoor Stassen on 1937 en hij vervolgt "Monseigneur, herinnert u aan de voorwaarden waaronder de heer Alphons Heuts het kosterschap aanvaardde. Daardoor kreeg hij het recht, bij gebleken geschiktheid en goed gedrag, al de functies van koster/organist/voorzanger te kunnen overdragen aan zijn zoon".

 

Met ingang van 1 april 1938 werd Jozef Heuts dan ook de opvolger van zijn vader Alphons Heuts, met dezelfde rechten en plichten, ook naar het koor, waarvan hij het muzikale peil en de groei aanzienlijk verbeterde.

 

Toen hij in 1943 door Nendus Pasmans werd opgevolgd, telde het koor de volgende leden:

Alphons Heuts, Jozef heuts, Leo Pasmans, Pierre Pasmans, Nendus Pasmans, Wiel Pasmans, Jozef Franssen, Jozef Weerts, Jozef Dresen, Jozef Schoenmakers, Mth. Essers, Hubert Dobbelstein, Wiel Ramakers, Leo Cremers en Frans Cremers.

 

Er was stemmateriaal in voldoende mate aanwezig zodat zelfs met succes meerstemmige missen werden uitgevoerd van Cuypers, Haller Perosi en de 4-stemmige mis van Gruber.

Een nieuwe lente was aangebroken! Scheulder mocht zich laten horen. Her kerkelijk zangkoor bloeide.

De functie van koster/organist die Nendus Pasmans in 1953 wegens het aanvaarden van ander werk moest neerleggen kon door het kerkbestuur, vanwege te geringe financiële armslag, niet meer worden opgevuld. Daarmee kwam ook het zangkoor in grote moeilijkheden. Leden haakten af, trouwden en vertrokken uit de parochie en de mogelijkheden werden minder.